Tips van GEORGE POST
om uw spel te verbeteren !!!
-
Wantrouw theorieën en theoretici! Theoretici flirten graag
met algemene ideeën en zijn altijd geneigd de feiten om te buigen ten gunste
van hun meningen. Theorieën verouderen. Principes Blijven! Accepteer nooit
iets dat niet door je eigen ervaring is bevestigd
-
Door de eeuwen heen zijn de grote kampioenen vernieuwers
geweest! Speel niet uitsluitend 'uit het boekje', niet uitsluitend op je
routine en stel je spel niet geheel af op dat van de dammers met wie je
geregeld speelt. Naast de techniek zijn er twee belangrijke factoren, die
leven en kracht aan je spel kunnen geven: inspiratie, die ideeën schept
en gezond verstand, dat ze selecteert. Wanneer je noch het een noch het
ander hebt, zul je niet gemakkelijk boven de middelmaat uitkomen.
-
Om een sterke dammer te worden, moet je aan drie voorwaarden
voldoen: je moet talent hebben, studeren en trainen met sterkeren. Talent
rijpt niet vanzelf: er is hard werken, methode en geduld voor nodig.
-
Het waardevolst is visie. Wat is visie? Het is het vermogen
de abstractste, diepste en ingewikkeldste combinaties te overzien en te
analyseren. Wat het talent van de grootmeesters karakteriseert is, dat
zij diep zien en juist zien. Zonder deze gave loopt de mooiste inspiratie
uit op aarzelend tasten en pijnlijke vergissingen.
-
Van twee spelers van gelijkwaardige kracht is hij de sterkste,
die de grootste discipline bezit. De vijf pijlers van die discipline zijn:
Ononderbroken krachtsinspanning gedurende de gehele partij. Onuitblusbare
wil om te winnen. Uiterste concentratie. Onwrikbare koelbloedigheid in
momenten van gevaar. Geduld, dat elke overhaasting uitsluit. Je vijanden
zijn: luiheid, ontmoediging, slordigheid, nervositeit, impulsiviteit.
-
Men kan stellen dat elke nederlaag het gevolg is van een
blunder: een onmiddellijke blunder of een blunder op langere termijn. Maar
het feit, dat hij door een blunder verloren heeft is voor de verliezer
geen excuus, heeft Weiss gezegd. Geen blunder maken wijst op een grotere
geestelijke discipline. Die discipline maakt deel uit van de kracht van
de speler.
-
Indien je een partij gaat spelen met de opzet je te verdedigen,
houdt dit in, dat je de nederlaag moreel reeds accepteert. Dat is een slechte
instelling. In de strijd tussen tussen projectiel en pantser wint het projectiel
het uiteindelijk altijd, want het pantser vangt de slagen wel op, maar
deelt er zelf geen uit. Evenals de grote veldheren, geven de grote kampioenen
de voorkeur aan de aanval, zijn ze bezield door de wil om te winnen.
-
Laat je nooit door een tegenstander intimideren, hoe groot
diens reputatie ook is: zijn schijven zijn niet groter dan de jouwe. Hij
is sterker dan jij, dat is een ding wat zeker is, maar vergeet niet, dat
de grootste meesters partijen hebben verloren en nog zullen verliezen.
Van een dappere nederlaag zul je meer leren en meer voldoening hebben dan
van een bangelijke remise.
-
Onderschat je tegenstander echter ook nooit. Hij kan er
niets van (volgens jou), maar ook over een klein steentje kun je struikelen.
Als je de goede gewoonte aanneemt om tegen een kruk even serieus te spelen
als tegen een Roozenburg, een Koeperman of een Tsjegolew, kan je niets
gebeuren. Als je daarentegen overmoedig wordt, zul je de vernedering ervaren,
te verliezen van een zwakkere tegenstander. Dat kan een wereldtitel kosten.
Vraag het maar aan Dagenais!
-
Probeer voortdurend je techniek te verbeteren. Je spel
zal er doeltreffender en zekerder door worden, terwijl het je minder inspanning
zal kosten. De openingen vlug en goed en in zekere zin uit je geheugen
spelen is beter dan ze slecht te spelen en je te vermoeien.
-
Een dampartij begint met de eerste zet. Onderschat het
belang van de OPENINGEN niet. Probeer niet ze uit gemakzucht of angst te
vereenvoudigen. Bestudeer ze zo goed mogelijk en zo ver mogelijk, opdat
je in dit partijgedeelte nooit tekort schiet. Weet je dat Roozenburg veel
overwinningen heeft geboekt door ongebruikelijke openingen te spelen, waardoor
hij zijn tegenstanders op onbekend terrein bracht?
-
Verlaat in oefenpartijen de platgetreden paden, om daardoor
je kennis te vergroten. Het gaat daar immers niet om je resultaten, maar
om je vorderingen. Waag je in wedstrijdpartijen daarentegen niet aan nieuwe
experimenten en avonturen. Speel op je routine, met andere woorden speel
solide.
-
Je moet je partij opbouwen volgens een plan. Een klassieke
partij bijvoorbeeld, moet anders worden behandeld dan een Roozenburg-opstelling,
een Hoogland-formatie, een partij met een witte schijf op 24, een hekstelling
enz; het zwaartepunt en de strategie zijn niet hetzelfde. Maar in alle
gevallen dient er volgens een strikt plan te worden gespeeld.
-
Wanneer er zich gunstige omstandigheden voordoen, waardoor
een ander plan doeltreffender blijkt te zijn, aarzel dan niet om de loop
van de partij te veranderen en over te stappen op dat nieuwe plan de campagne.
Zelfs als je het met tegenzin zou doen.
-
Geen enkel plan kan rechtlijnig worden uitgevoerd, aangezien
de ontwikkeling van de partij ook afhankelijk is van de zetten van je tegenstander.
Daarom moet je naast je plan in je geest een synthese van de partij vormen.
Die synthese bestaat uit een opeenvolging van doelstellingen, die je moet
trachten te bereiken al naar gelang van de situatie op het bord. Enkele
voorbeelden; - je spel ontwikkelen en dat van je tegenstander belemmeren;
- het centrum bezetten en je tegenstander eruit verdrijven; - strategische
velden veroveren en voordeel behalen; - het voordeel omzetten in theoretische
winst; - de theoretische winst omzetten in praktische winst.
-
Een zeer gering voordeel is dikwijls de kiem voor de overwinning.
Die kiem moet met veel zorg tot rijpheid worden gebracht. Probeer je voordeel
te handhaven en het voortdurend te vergroten. Ga nooit overhaast te werk.
Haast kan alles in een slag vernietigen. Een spin weeft haar web geduldig
en versterkt het onophoudelijk. Neem daar een voorbeeld aan!
-
Om tot voordeel te komen, moet je over betere
potentiële middelen beschikken dan je tegenstander. Behalve in een numeriek overwicht
(waarmee je niet bent gestart) kun je dit vinden in de volgende drie elementen;
- bezetting en versterking van strategische punten; - het uitvoeren van
agressieve uituilen; - de soliditeit van je stelling, die gezond en onkwetsbaar
moet blijven.
-
Aangezien alle schijven dezelfde waarde hebben, kan de
ene niet belangrijker zijn dan de andere. Hun belangrijkheid ontlenen ze
aan de plaats die ze bezetten. Maak je daarom meester van de strategisch
goede punten; verjaag de tegenstander daar. Voorbeeld: een 'pion taquin'
(24 voor wit,27 voor zwart) kan, indien met zorg geplaatst, zeer voordelig
zijn of worden.
-
Alle schijven spelen een rol of gaan een rol spelen. Verwaarloos
er geen enkele in je achterhoede of aan de randen. Laat geen schijf aan
haar lot over in een situatie waarin zij overbodig is geworden. Je zou
haar tekort kunnen komen als je haar nodig hebt vooral in het eindspel.
-
Er is geen schijf, die geen daadwerkelijke rol dient te
spelen. De kroonschijf hoeft niet noodzakelijkerwijs op 48 (of 3) te staan.
In de Roozenburg-opstelling of in de hekstellingpartij kan zij op 47 of
49 (2 of 4) staan.
-
Speel nooit 'zo maar iets' omdat je 'toch iets' moet spelen.
Iedere zet moet een motief hebben en in je plan passen.
-
De kracht van het spel is voor een belangrijk deel gebaseerd
op de doeltreffendheid der uitruilmogelijkheden. De uitruilen zijn voor
het damspel wat de artillerie is voor het leger. Bijna alle meesterpartijen
bewijzen dit. Bouw dus gunstige uitruilformaties op. Vernietig of belemmer
die van de tegenstander.
-
Wie steeds maar uitruilt om het werkelijke treffen uit
te stellen, verspilt zijn munitie, die hem anders in de loop van het gevecht
van groot nut had kunnen zijn geweest.
-
Probeer geen ideale stand op te bouwen. Elke positie blijft
maar een ogenblik statisch; het spel is levend en dynamisch. Je zult dikwijls
ondervinden dat de mooiste positie een zet later aan diggelen ligt, ten
gevolge van een dreiging of gewoon door een tegenslag. De kunst van het
dammen bestaat niet uit het creëren van architectonische juweeltjes. Het
zijn soms de standen die er bepaald niet esthetisch uitzien, die de meeste
mogelijkheden bevatten en de schitterendste perspectieven bieden.
-
Het is niet voldoende om een solide en zekere stand op
te bouwen. Je moet ook de positie van je tegenstander VERNIETIGEN! Je moet
trachten het evenwicht te verbreken.
-
Probeer het centrum te veroveren en te behouden. Of het
nu om gevechten gaat op het slagveld of op het dambord, degene die het
centrum bezet, beheerst de strijd. Een machtig centrum betekent een grote
kracht, die de diepste positie- en slagcombinaties kan doen ontstaan.
-
Theoretici zullen je zeggen dat er voorbeelden bekend
zijn van overwinningen die behaald zijn op de vleugels of op de flanken.
Dat is waar, maar ze zouden eraan moeten toevoegen dat het niet vaak voorkomt.
Omsingelen met de vleugels is een uitstekende strategie... als het lukt.
Maar het is een netelige en gevaarlijke strategie. Als het mislukt, betreurt
men het bijna altijd, dat men het centrum aan zijn tegenstander heeft overgelaten.
-
Leer praktische combinaties! Stel er zelf een aantal samen
als je kunt en onthoud ze! Zelfs wanneer je niet de gelegenheid krijgt,
ze uit te voeren, kan hun dreiging je tegenstander in verwarring brengen
en hem dwingen, zijn plannen te veranderen. Wie de combinaties van Barteling,Raman,van
Bergen,Springer,Keller,Bonnard en tal van anderen goed kent,slaagt er af
en toe in, ze uit te voeren;men heeft dit in de grootste kunnen constateren.
Wie ze niet kent is geen volledig dammer.
-
Attentie! Als je uitsluitend door combinatie probeert
te winnen, breng je je positie beslist in gevaar. Omgekeerd kan positiespel
vaak voordelige combinaties opleveren, doordat het de tegenstander in verlegenheid
brengt en tot het maken van fouten verleidt.
-
Vertrouw nooit uitsluitend op je intuïtie! De briljantste
intuïtie is niets waard wanneer ze niet wordt geschraagd door solide denkwerk.
Als een speler intuïtief voelt dat er een damslag in de stand zit, dan
dient hij voordat hij hem uitvoert, te onderzoeken, of hij goed is. Gaat
het om een positiecombinatie, dan moet hij zich zelfs tweemaal afvragen
of ze goed is!
-
Als je aan zet bent, stel jezelf dan de volgende vier
vragen: Wat is mijn tegenstander van plan? Welke slag kan ik hem toebrengen?
Wat is de beste positiezet ? Als ik gespeeld heb wat kan hij me dan doen?
De laatste vraag noemt men het algemene overzicht. Verzuim dit nooit!
-
Wanneer je geen keus kunt maken uit enige schijnbaar gelijkwaardige
zetten, geef dan de voorkeur aan de zet die: - je de meeste bewegingsvrijheid
toelaat;- je tegenstander de meeste last bezorgt; - je de bedoelingen het
minst verraadt.
-
Alvorens een slagzet uit te voeren, is het noodzakelijk
de stand na de slag haarscherp voor je te zien. Probeer te onderkennen
wat je tegenstander kan doen als hij daarna aan zet is. Het zal je bittere teleurstelling
besparen. Vergeet niet, dat een naslag soms nauwelijks zichtbaar
is voordat de slag zelf is uitgevoerd, maar er na de uitvoering bijna altijd
uitknalt!
-
Als je een verleidelijke combinatie berekent, maar het
lukt je niet alle aspecten en alle gevaren te overzien, kun je hem beter
niet uitvoren.
-
Indien je daarentegen denkt dat de combinatie correct
is aarzel dan niet... zelfs indien je ergens een valstrik vreest. In een
dergelijk geval zou overdreven voorzichtigheid een uiting zijn van angst
en dus een kampioen onwaardig. Mocht je toch verliezen, dan heb je in elk
geval iets geleerd: door te verliezen wordt men kampioen.
-
Als je een bepaalde zet langdurig hebt geanalyseerd en
je besluit tenslotte er van af te zien, pas er dan wel voor op, te vlug
of `zomaar iets anders' te spelen, want dan maak je vrijwel zeker een blunder.
Een impulsieve beslissing kan in een seconde al je inspanning teniet doen.
-
Bedenk dat men tienmaal zoveel tijd nodig heeft om een
blunder te corrigeren als om er een te begaan. Is het dan niet de moeite
waard om vooraf te denken?
-
Onthoud je ervan `automatische zetten' te doen, die in
je plan passen. Je tegenspeler kan op dat automatische spel speculeren
en je een onaangename verrassing bezorgen. Denk aan het ALGEMENE OVERZICHT!
-
Wantrouw symmetrische zettenreeksen! Onder een gemoedelijk
uiterlijk verbergen ze vaak listige valstrikken. Automatische zetten zijn
vooral dan levensgevaarlijk.
-
Pijnig je hersens niet met onderzoekingen die niet van
belang zijn. Geef je daarentegen volledig als het noodzakelijk is. Verspeel
in het openingsspel je tijd niet met het fladderen van het ene idee naar
het andere, of met het bedenken van onzinnige varianten. Later heb je die
tijd nodig om winnende varianten te analyseren... of om je uit een hachelijke
situatie te werken!
-
Het systeem dat aanbeveelt `tempi te verliezen' in de opening
(d.w.z. achteruit te ruilen) is puur een theoretisch systeem. In de PRAKTIJK
heeft nooit iemand kunnen bewijzen, dat het voordeel oplevert. Het is slechts
in enkele gevallen gerechtvaardigd: - om te ver vooruitgeschoven- of geïsoleerde
schijven of randschijven terug te halen; - om lastige voorposten van de
tegenstander te ruilen; - om een opstelling te hergroeperen of te verstevigen;
- om de achterhoede wat meer ruimte en bewegingsvrijheid te geven.
-
In het speciale geval van een KLASSIEKE partij is het
soms nuttig een of twee tempi achter te zijn, teneinde meer beweging te
behouden dan de tegenstander. Het is niet goed teveel tempi achter te zijn
(Ghestem); men verliest dan teveel terrein en het zwaartepunt wordt ongunstig
verplaats. Slechte strategie!
-
In het eindspel is tien tempi voor te zijn dikwijls veel
meer waard dan een gewonnen schijf. Het feit dat men dicht bij de damvelden
is, is een hoge troef: "Men betaalt en passeert", zeggen de Canadezen. Probeer
tempi voor te komen. Dwing je tegenstander achteruit!
-
Tracht elk moment de WAARDE van je spel ten opzichte van
dat van je tegenstander objectief, helder en juist te schatten. Geef je
stand een cijfer! Wanneer je je spel op een 6 taxeert, zoek dan de winst.
Als je denkt dat het niet meer dan een 4 waard is, stuur dan op remise
aan. Maar weet wel dat je om te winnen een 10 moet halen! Die krijg je
pas als je tegenstander de verrukkelijke woorden "Ik geef op" heeft uitgesproken.
-
Als je materiaal - of positievoordeel hebt, ga dan niet
op je lauweren rusten, maar verdubbel je waakzaamheid. Zoals een goede
wijn, kan ook een dampartij veranderen in azijn. Een tegenstander in moeilijkheden
is even gevaarlijk als een gewonde leeuw. Wees op je hoede, want hij zal
alle listen en valstrikken aanwenden om de partij te redden.
-
Menig speler die eerst voordeel heeft gehad, maar verliest,
is zich niet bewust van wat er is gebeurd. Hij heeft nog steeds de illusie
te kunnen winnen (terwijl hij zou moeten trachten remise te maken) en hij
is stomverbaasd als hij op een gegeven ogenblik plotseling verloren staat.
Zulk een speler ziet zijn wensen aan voor realiteit, hetgeen duidt op gebrek
aan een gezond oordeel. Imiteer hem niet, maar blijf voortdurend objectief,
al zouden je eerzucht en je eigenliefde er onder lijden!
-
Indien je op de een of andere manier in het nadeel bent
gekomen, probeer dat zo snel mogelijk weg te werken. Rustig afwachten in
de hoop dat het vanzelf verdwijnt, is aan wonderen geloven.
-
Speel in een wedstrijdpartij voor wat je WAARD bent en
laat je niet door eerzucht drijven. Zoek niet naar avontuurlijke complicaties,
waarvan je niet weer waarheen ze leiden. Je riskeert dan te worden overwonnen,
niet door het talent van je tegenstander, maar door je eigen schuld. Vergeet
nooit dat de tijd om na te denken gelimiteerd is en dat de klok OOK een
tegenstander is!
-
Probeer niet de winst te forceren door uitzonderlijk en
misplaatste risico's te nemen. Dat wreekt zich altijd. Een mooie remise
heeft nog nooit een kampioen te schande gemaakt.